Gezond verstand

Regelmatig vraag ik leerkrachten wat hun ambitie en hun motivatie is om in het onderwijs te werken. Waarom ze elke dag naar school toe gaan en doen wat ze doen. Het antwoord is vaak dat ze graag met kinderen werken. En dat ze het mooi vinden als kinderen -dankzij hun inspanningen- ineens iets wel kunnen dat ze voorheen niet konden. Ik ben overtuigd van de goede intenties van deze leerkrachten. Het is allemaal enorm goed bedoeld. Maar ik mag toch hopen dat je met een beter doordachte reactie komt.

De beste adviseurs
Kinderen zijn de toekomst. Zij verdienen het beste onderwijs. En het onderwijs dat wij nu geven is bij lange na niet het beste.
Hoe komt dat nu:

Om te beginnen hebben we onszelf laten wijsmaken dat kinderen binnen  gemiddelde normen horen te scoren. En dat -als een kind buiten die normen valt- er een “zorg” is. Die zorg betreft eigenlijk niet het kind, maar een onderwijssysteem dat niet meer weet hoe te handelen buiten gemiddelden.
Daarnaast denken we ook dat een beoordeling (via een toets bijvoorbeeld) laat zien of een kind zich voldoende ontwikkelt op dat getoetste gebied. Vreemd. Hoezo kan een kind zich onvoldoende ontwikkelen? Iedereen volgt een eigen pad. Kan je je als kind ook teveel ontwikkelen dan? Zo’n beoordeling zegt alleen iets als je gelooft in gemiddelden en zegt het meeste over in hoeverre de leerkracht in staat is geweest dit kind bij het gemiddelde te krijgen en/of te houden.
We hebben ons laten wijsmaken dat methodes volgen ons dagelijks werk is. Dat we werkelijk 30 weken nodig hebben om de leerlijn in dat leerjaar er bij alle kinderen in te krijgen.
We hebben ons ook laten wijsmaken dat we de meeste lestijd moeten uittrekken voor lezen, rekenen en taal waardoor we heel eenzijdig aan het werk zijn.
We laten ons in de luren leggen door onze overheid, door de religie die “evidence based” heet en door allerlei goeroes. En we hebben niet geluisterd naar de twee belangrijkste adviseurs die we maar hebben. Onze leerlingen en ons gezond verstand.

Onzinnig
Onze leerlingen laten ons steeds nadrukkelijker zien dat we op de verkeerde weg zitten. Leerlingen die ons daar op wijzen zijn dan “zorg” leerlingen. Hun gedrag (en vaak ook hun resultaten) wijken af van wat we graag zouden willen zien (gemiddeld). En in plaats van naar ons gezond verstand te luisteren passen wij als leerkrachten ons ook netjes aan bij wat van ons wordt verwacht: we trekken de toetsbatterij open, heel de administratieve santenkraam wordt ingevuld en we gaan met dit kind aan de gang met…..meer of minder van hetzelfde.We houden elkaar dus in een omhelzing waarvan we denken dat het een mooie is, maar die uiteindelijk een hele onzinnige blijkt te zijn.

Vraag het de kinderen
Als we naar onze leerlingen luisteren (en naar ons gezond verstand) dan komen we tot heel andere inzichten die ook een heel andere aanpak vragen. Gericht op de toekomst. Kinderen leren door bewegen, door ervaren, door verwondering, door te onderzoeken, door samenwerking, door op cognitief, fysiek en creatief gebied aangesproken te worden.  En helaas doen we dat dus veel te weinig. De meeste onderwijstijd gaat uit naar rekenen, lezen en taal. Meestal ook nog zittend op een stoel. Kunnen kinderen zo al hun mogelijkheden verkennen en hun vaardigheden uitbreiden? Ik ken kinderen die van de basisschool afkomen en nog nooit een figuurzaagje in handen hebben gehad. Of niet weten wat een F- en een G sleutel is, laat staan dat ze weten waar het voor dient. Ik ken kinderen die niet weten hoe een lap stof in elkaar zit. Die niet weten hoe je een draad maakt. Ik ken kinderen die denken dat een koe melk geeft omdat ze gras eet, en die niet weten hoe die doperwtjes in een blik komen. En dit zijn kinderen die keurig volgens de normen van Cito in het gemiddelde scoren van lezen, rekenen en taal.

Ik ken kinderen die hoog binnen het gemiddelde scoren maar niet in een touw kunnen klimmen, geen koprol kunnen maken en al “auw” roepen als er naar ze gewezen wordt.

Er zijn kinderen die niks durven onderzoeken omdat ze bang zijn “het fout” te doen. En wat doen wij? We schakelen ons gezond verstand uit en doen waarvan we denken dat het van ons wordt verwacht.

Ik ken ook  kinderen die enorm beweeglijk zijn. Onderzoekend, altijd creatieve invallen hebben, de lachers op hun hand hebben. Kinderen die geboren zijn om met hun handen mooie dingen te maken, kinderen die enorm goed kunnen toneelspelen, die muzikaal zijn, die uren lang naar lichtpatronen op de muur kunnen staren en hun gedachten vrij kunnen laten zwerven. Soms scoren deze kinderen ook gemiddeld, maar vaker niet. En we bieden deze kinderen te weinig kansen om te laten zien waar hun kracht ligt , laat staan om er in uit te blinken.

Gunnen
Als je nou binnenkort een studiedag hebt, denk dan eens met elkaar na over wat je kinderen gunt. En hoe je dat kan organiseren. Laat het idee los dat je 30 lesweken nodig hebt volgens de rekenmethode of de taalleesmethode om dit schooljaar alle doelen te behandelen. Organiseer ruimte en tijd voor creativiteit, onderzoek en beweging.  Denk met elkaar na over waarom je ook alweer in het onderwijs wilde werken. En stop vooral met toetsen. Laten we dat doen. Collectief.

Advertenties

Kwaken regelt geen zaken

Middagje onderwijsconferentie……..

Onlangs was ik een middag bij een onderwijsconferentie met als onderwerp “School en Veiligheid”. U weet wel, scholen moeten vastleggen hoe ze de (sociale) veiligheid van hun leerlingen en leerkrachten waarborgen,en met welke methode. Ook moeten scholen uiteraard kunnen aantonen dat ze weten hoe leerlingen, teamleden en ouders de (sociale)veiligheid op school ervaren. Daarnaast moeten scholen een “veiligheidsfunctionaris” hebben en moet er een “pestprotocol”zijn (waarvan ik stiekem hoop dat het een anti-pest protocol is). Schijnbaar is dan alles in orde. Als er dan  zich iets vervelends voordoet op het gebied van (sociale)veiligheid op school, dan is het fijn te weten dat je in ieder geval aan alle voorwaarden hebt voldaan.

Kwaken
We zijn daar goed in. In onderwijsland. Om van alles te bespreken en vast te leggen. En toch gaan er regelmatig zaken mis. Natuurlijk, overal waar mensen werken worden fouten gemaakt. Maar zou het ook niet een heel klein beetje te maken kunnen hebben met het feit dat we heel veel praten maar zo weinig zeggen?? Dat we oeverloos vergaderen maar dat we concreet maar weinig dingen veranderen?

Uitdaging
Om terug te komen op de middag onderwijsconferentie: ik werd enorm getriggerd, om maar eens een mooi niet-Nederlands woord te gebruiken. Niet zozeer voor wat betreft de inhoud. Maar wat een gemeenplaatsen en clichés!!!  Zo gingen veel leidinggevenden er eens met hun teams voor zitten om stil te staan bij de gevolgen van de nieuwe wetgeving en om te bekijken waar zij de losse eindjes aan elkaar konden gaan knopen. Het werd zeker nog wel een uitdaging om gedeelde normen en waarden in een breder perspectief te trekken, waarbij de verantwoordelijkheid dicht bij de teamleden moest worden gelegd die vooral eigenaar van het traject zouden worden.

Faciliteren
De slag die geslagen moest worden had te maken met het raamwerk waarin we deze nieuwe opdracht moesten gaan hangen. Actieve sturing om een en ander voortdurend op de agenda te houden was hierbij van het grootste belang. Natuurlijk moesten we als eerste weten waar we als school staan en moesten alle direct betrokken wel gefaciliteerd worden om het enthousiasme vooral levend te houden.

Om een en ander systematisch uit te dragen in het beleid moest nog wel een essentieel element worden ingebracht: Vooral niet in de oplossingen schieten, maar ruimte vinden in de dialoog. Verkennen is altijd beter dan voorkomen en het grote succes zit ‘m in de kleine dingen.

En als jij er anders in zit dan ik, dan moeten we allebei laten zien waar we voor staan zodat we een gezamenlijke  aanpak creëren waarbij we kunnen terugvallen op elkaar.

Concreet
Ik vraag me af of we niet veel meer moois voor elkaar kunnen krijgen als we gewoon gaan doen wat we eigenlijk bedoelen: En dat klinkt dan in dit geval zo:  We moeten aan bepaalde minimale regels voldoen. Wat hebben we al, wat moeten we nog en vooral: wat willen we zelf. Vanaf uiterlijk 1 augustus 2016 gaan we doen wat we de komende periode met elkaar afspreken.

Kan ik ook over andere dingen gaan schrijven…….

Onze overheid stimuleert (basis)scholen om na te denken over talentontwikkeling bij onze leerlingen. Ook moeten scholen ervoor zorgen dat al onze leerlingen voldoende vaardigheden hebben om daarmee in de toekomst  aan de slag te gaan; de zogenoemde 21e eeuwse vaardigheden. Ons land heeft een naam hoog te houden op het gebied van handel, technologie en dienstverlening. Met die opdracht van de overheid in mijn achterhoofd vind ik het vreemd dat de focus van onze onderwijsinspectie vooral nog steeds ligt op de opbrengsten van lezen,reken en taal. Op resultaten uit het verleden.

Zou die focus niet meer moeten gaan liggen op die toekomst? Op talentontwikkeling en op het vormgeven en uitwerken van die vaardigheden voor de toekomst? Op visie en durf? Op ondernemerschap en creativiteit? Op het feit of een school de doelen haalt die zij zichzelf gesteld heeft in samenspraak met ouders en leerlingen? Want dat maakt dat kinderen meer worden dan een cijferoutput in de beoordelingsmolen.

Dat maakt dat scholen weer durven investeren in nieuwe projecten en ideeën. Dat maakt dat kinderen mogen gaan ontdekken wie ze zijn en waar ze aanleg voor hebben. Dat maakt dat leerkrachten hun vak terugkrijgen in plaats van slaaf van de methode te zijn.

Er lopen vele knappe mensen rond bij de inspectie die vast en zeker “toekomstproof” zijn. Zij kunnen ongetwijfeld meetbare manieren bedenken om het werken aan de toekomst te beoordelen. En het lijkt mij zomaar een goed idee om leraren, ouders en leerlingen hierbij te betrekken.

En taal, lezen en rekenen dan? Wat mij betreft wordt er een hoge ondernorm vastgesteld waaraan elke school moet voldoen. Lukt dat niet: verplichte ondersteuning. Dan hoeft de inspectie geen openbare beoordeling meer te geven hiervoor, want iedere school voldoet aan de hoge basisnorm. Dan kan de focus naar de toekomst. Onze kinderen verdienen dat,

Timo

Hij komt al jaren bij ons over de vloer. Vriend van een van onze kinderen. Vorig jaar gezakt voor zijn eindexamen Mavo. Nu mag hij gaan herkansen.

Onlangs is de lintjesregen weer geweest. Vrijwilligerswerk en andere belangeloze inzet voor anderen wordt beloond met een koninklijke onderscheiding. Meestal zijn het wat oudere mensen die zo’n lintje ontvangen.

Timo zorgt voor zijn moeder, die psychische problemen heeft en in de schuldsanering zit. Haar laatste vriend is zo’n twee jaar geleden bij haar weggegaan. Timo heeft een oudere broer van een andere vader. Die broer woont inmiddels op zichzelf. Timo’s vader weet niet wat Timo thuis allemaal voor zijn moeder doet. Dat zij onlangs een overdosis pillen heeft genomen en dat Timo de hulpverleners moest alarmeren. Als vader dat wist dan zou hij Timo onmiddellijk sommeren zijn moeder te verlaten om bij hem te komen wonen. Hij weet ook niet dat Timo regelmatig niet zijn huiswerk thuis kan maken omdat hij bijvoorbeeld niet over internet kan beschikken vanwege niet betaalde rekeningen, en dat hij boodschappen doet voor zijn moeder en hem met het geld dat hij zelf verdiend met zijn bijbaan.

Hij is regelmatig te laat op school, omdat hij thuis van alles moet regelen voor zijn moeder, omdat hij wakker ligt van hoe zaken nu verder moeten, hoe zijn toekomst verder moet. Hij heeft ondanks zijn schoolverzuim en zijn thuissituatie keihard gewerkt dit jaar en staat er wonderwel goed voor op dit moment. Zijn examens gaan binnenkort van start en hij gaat het halen, zodat hij verder kan op de vervolgopleiding waar hij zo graag naar toe wil….zodat hij kan werken aan zijn toekomst. Zijn moeder laat hij voorlopig niet alleen. Zij heeft hem nodig.

Ik wil zo graag voor hem – en alle andere kinderen die de zorg voor een ouder combineren met hun school- een lintje.

Dat hij dat krijgt bij zijn diploma-uitreiking. Als iemand het verdient…….

(Timo is een gefingeerde naam)

Online workshop

Opbrengstgericht werken kan zonder groepsplan! Kijk op: http://www.onderwijstechnieken.nl  en laat je inspireren 🙂

Zand

zandkasteel Zand

Een paar jaar geleden was ik op een mooie zomerdag op het strand en zag een aantal jonge kinderen aan het spelen. Zandkastelen bouwen. De taken werden onderling verdeeld. Er werden grachten gegraven, torens gebouwd, geëxperimenteerd met hoeveelheden water en zand om de meest stevige constructie te krijgen en er kwam een wonderbaarlijk mooi kasteel tevoorschijn, met kantelen, slotgrachten, schietgaten en boogconstructies.

Een paar ligstoelen en handdoeken verder zaten twee kleuters met het warme zand in hun handjes. Ze pakten een hoopje zand. De ene kneep zijn handjes met het zand erin helemaal dicht en keek geboeid hoe het tussen z’n vingertjes wegliep. De andere liet het hoopje zand gewoon op z’n handje liggen. En ondanks de zwoele zeebries woei er amper iets vanaf.

De lessen die dag waren voor mij duidelijk. Hoe meer je wilt controleren en beheersen, hoe meer je verliest. En hoe meer vertrouwen je hebt in samenwerking met elkaar hoe mooier het resultaat.

Protocollen, formats en standaardiseringen  geven wellicht structuur en houvast. Maar het helpt onze leerlingen onvoldoende het beste  uit zichzelf te willen halen. Wat wij onze kinderen nu leren is dat kennis en ontwikkeling is gebaseerd op gemiddeldes en op vaste structuren. Wat we onze kinderen leren is dat we alles moeten controleren en meten om tot resultaten te komen en bij die resultaten is een 5.5 genoeg. Is dat voldoende om de toekomst in te gaan?

Van klagen naar doen

Hoe meer je als leerkracht moet voldoen aan standaarden, normeringen en protocollen, hoe meer je het idee krijgt niet meer vertrouwd te worden voor je kwaliteiten. De klaagcultuur in het onderwijs is veelzeggend. Het zegt overigens ook iets over het gebrek aan doorpakken van leerkrachten. Want als we met z’n allen vinden dat het anders moet, waarom doen we dat dan niet. Met Albert Einstein’s woorden als voorbeeld:  Doe nooit iets dat indruist tegen uw geweten, zelfs als de staat het verlangt. En het woordje “staat” kan je wat mij betreft ook vervangen door “bestuur”.

Onze leerlingen worden er niet beter van als ze moeten voldoen aan  gemiddeldes. Zij moeten vooral niet voldoen aan gemiddeldes. Zij moeten uitblinken in dat waar ze goed in zijn. En het is onze taak hen daarin te begeleiden. Door hen te vertrouwen, door ons met hen te verbinden in plaats van uit te sluiten omdat ze ergens niet goed genoeg in zijn. Want hun creativiteit, hun verbinding met zichzelf, hun vertrouwen in elkaar en hun talenten moeten ervoor zorgen dat ze beter met hun toekomst  omgaan dan wij doen.

De overspannen leraar…..

overspannenEr was eens een school die besloot evidence-based te gaan werken. Uit allerlei onderzoeken was gebleken dat de leerkracht de belangrijkste factor was in de leer-ontwikkeling van een kind op school. En als je belangrijk bent moet je heel veel papier produceren. Plannen maken, voorspellingen doen, groeperen, hergroeperen voor nog betere resultaten, resultaten verantwoorden, evalueren en niet te vergeten alles invoeren omdat het bestuur graag een goed gevuld managementinformatiesysteem wil, met als excuus dat het voor de leerkrachten zo handig is dat alle gegevens in een digitaal systeem zijn terug te vinden. Op tig verschillende plaatsen, dat wel. Want alle benodigde gegevens per leerling per periode bij elkaar op een document is wat teveel gevraagd.

Leerkrachten moesten zichzelf de maat gaan nemen en in Pops en Paps beschrijven wat ze nog niet goed genoeg konden volgens de beleidsplannen van de school en hoe ze dat dachten te gaan verbeteren. Ook daar moesten evaluaties, verantwoordingen en bijstellingen voor komen. Alles volgens de pdsa cirkel. En omdat de leraar zo belangrijk was werden er studiedagen georganiseerd, kwamen er nieuwe methodes die zouden gaan helpen om de hoogst mogelijk resultaten als school te gaan behalen door te werken in niveaugroepen. Ook werd er vergaderd over visies en missies om de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Of over een nieuwe pestmethode of een sociaal-emotioneel leerlingvolgsysteem omdat de sfeer in de groepen was verslechterd en het gedrag van sommige kinderen echt belabberd was.

Tijdens zo’n vergadering deed een leraar zijn mond open en vroeg zich af of de leerling niet de belangrijkste factor was in de leer-ontwikkeling van de leerling. De anderen keken hem wat meewarig aan.

Hij probeerde uit te leggen dat leren ontstaat vanuit de drang iets te doen, uit te proberen, te bewegen. Vanuit nieuwsgierigheid. En dat vanuit nieuwsgierigheid betrokkenheid ontstaat, en dat vanuit die betrokkenheid je ook graag wil ervaren wat de resultaten van je inspanningen zijn. Dat als je niet nieuwsgierig wordt gemaakt, je niet kunt bewegen en kunt ontdekken, je dus ook niet betrokken bent. En dat de resultaten je dan niet zoveel kunnen schelen en je je eigen uitdagingen gaat zoeken door bijvoorbeeld “storend” of “afwijkend” gedrag. En dat alleen de meest flexibele en aanpasbare kinderen zich netjes in het keurslijf van het gewenste evidence-based handelen voegen en dat dit keurslijf onze nieuwe norm wordt. Terwijl er maar een norm zou moeten zijn: Ben ik als leraar in staat om met mijn lessen kinderen nieuwsgierig te maken, ze letterlijk in beweging te laten komen, daardoor betrokkenheid te creëren en met hen te onderzoeken hoe we resultaten kunnen ervaren. Met of zonder methodes, met of zonder groepsplannen.

En nog iets: moet de techniek niet dienend zijn aan de leerling en de leerkracht in plaats van andersom. Leerkrachten zouden niet handmatig allerlei digitale zaken hoeven invullen. Als de onderwijsbesturen hun managementinformatiesystemen gevuld willen hebben, moeten ze maar gaan investeren in administratief medewerkers. Of de ontwikkelaars van dure systemen zoals Esis en Parnassys de opdracht geven mee te gaan met de techniek. Als een mobiele telefoon een visitekaartje kan fotograferen en de gegevens meteen op de juiste plek in het adresboek van diezelfde telefoon kan zetten,  dan moet dat toch ook met de administratie en registratie van leerkrachten kunnen. Gewoon een foto maken.

Klaar. Evidence-based.

De directeur vroeg of hij een paar weken verlof wilde. Hij klonk duidelijk wat overspannen. Zijn groepsplannen kon hij dan wel wat later inleveren…….